Ine van Burgsteden en Job Unger vertellen over hun inzet vanuit de provincie, hoe we gemeenten steunen en wat dat oplevert.
Hoe ondersteunt de provincie Gelderse gemeenten?
Initiatieven die inspireren
“In het begin was het een zoektocht”, vertelt Ine van Burgsteden, bestuurlijk aanjager voor huisvesting statushouders.
“Ik ging overal kopjes koffie drinken met wethouders en was steeds op zoek naar wat er kan. Ik hoorde over fantastische initiatieven die inspireren en handvatten geven. Die voorbeelden ben ik gaan verzamelen en delen met andere bestuurders. Eerst op provinciaal niveau, daarna ook in regionaal verband. Al snel merkte ik dat dat werkte. Zeker ook doordat ik Job Unger naast me heb staan. Als kwartiermaker namens de provincie zet hij de bestuurlijke wil om in actie op ambtelijk niveau.”
Iedereen aan tafel
“In die zin ben ik een soort verlengstuk van Ine”, vertelt Job.
“Op het moment dat een gemeente op bestuurlijk niveau zegt we gaan ervoor, dan kom ik in beeld. Dan gaan we om tafel met ambtenaren, woningcorporaties, welzijnsorganisaties en iedereen die erbij betrokken is. We werken zo breed mogelijk samen. In een sessie van twee uur pellen we alles af. Daarna weten we of een casus realistisch is, op welke termijn en welke financiële regeling erbij past. In de vier weken die volgen, werken we alles uit. Dan moet er een conclusie op tafel liggen. Kan dit huisvestingsplan doorgaan? Daarbij zijn die regelingen natuurlijk cruciaal, zonder geld lukt het niet. De HAR+ is een belangrijke. (Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang). Daarmee ondersteunt het rijk gemeenten financieel om statushouders sneller uit asiel opvanglocaties te laten doorstromen naar tijdelijke huisvesting. Gemeenten krijgen daarmee € 30.0000 per statushouder.”
Statushouders, starters en studenten
Job heeft daar een goed voorbeeld van: “Ik weet nog een gesprek over een kantoorpand waar we mogelijkheden in zagen voor de woonopgave. Maar daarvoor was nog een lang traject te gaan. Toen kwam de vraag wat kunnen we daar dan nú mee doen voor statushouders? Misschien gecombineerd met starters. Dat zien we steeds vaker, combinaties van statushouders en starters of studenten. Maar ook met ouderen. Dat creëert zoiets moois in de samenleving. En daarmee laat je zien: we doen niet iets voor één doelgroep, we zien jullie allemaal.”
Ine: “Daarin zit ook de flexibiliteit van de provincie. Als gemeente hoef je je niet strikt te houden aan die opgave, al is dat wel de oorsprong. Als het lukt met andere doelgroepen, doe dat vooral! Juist vanuit de bedoeling dat er op korte termijn inventief wordt gekeken naar huisvesting.”
Anders kijken, anders doen
Ine: “Ook kijken we hoe uitwisselbaar aantallen zijn. In Arnhem heb je bijvoorbeeld een heel andere woningvoorraad dan in Rheden. Kun je dan niet beter in Rheden een woning zoeken voor een groot gezin en in Arnhem kijken voor een alleenstaande? Daar willen we als provincie flexibel mee omgaan. Zo vergroten we de mogelijkheden. In de Achterhoek concretiseren we deze gedachten met een pilot die de provincie faciliteert.”
Job: “Woning splitsen wordt ook weer een belangrijke. Dat doen we soms vanuit de bestaande woningvoorraad van corporaties, bijvoorbeeld een eengezinswoning voor drie personen die de woonkamer, badkamer en keuken delen. Maar we creëren ook steeds vaker woningen in andere typen gebouwen. Denk aan een kantoorpand, of een school die nu leegstaat en over vijf jaar weer als school gebruikt gaat worden. Daarin kun je tijdelijk woonunits maken. Dat zijn de creatieve ideeën die bovenkomen en waarin regelingen voorzien, zoals de HAR+.”
