Meer bewegen begint buiten

De openbare ruimte biedt enorme kansen om inwoners meer te laten bewegen, elkaar te laten ontmoeten en zich gezonder te voelen. Maar hoe zorg je dat beleid, praktijk en ruimte elkaar versterken? Met de cursus Bewegen in de openbare ruimte krijgen professionals handvatten om die opgave samen aan te pakken.

Bewegen is meer dan sport

“Het gaat nadrukkelijk niet alleen om sport”, zegt Anneleen Ypma, programmacoördinator beweegvriendelijke buitenruimte bij de Gelderse Sport Federatie. “We willen vooral stimuleren dat mensen meer bewegen. Dat kan door sporten, maar net zo goed door spelen, wandelen en ontmoeten. Juist die sociale component in de buitenruimte is heel belangrijk. Ontmoeting nodigt uit tot bewegen, en bewegen versterkt weer het sociale contact.”

 

4 dagen leren, delen en doen

De cursus is ontwikkeld door de Gelderse Sport Federatie en de Hogeschool Arnhem Nijmegen. In 4 cursusdagen, verspreid over verschillende locaties in Gelderland, werken deelnemers aan theorie en praktijk. “We kiezen bewust voor plekken die passen bij het thema van de dag”, vertelt Anneleen. “Zo maken we het concreet en is er veel ruimte voor interactie.” 

 

Die uitwisseling is een belangrijk onderdeel van de cursus. “Deelnemers leren veel van elkaar. Ze werken aan verschillende, maar vaak vergelijkbare opgaven en halen waardevolle lessen uit het samen bespreken van hun casussen.”

 

Brug tussen domeinen

Een belangrijk thema in de cursus is samenwerking. “Werken aan een beweegvriendelijke buitenruimte vraagt om samenwerking tussen het sociaal en het ruimtelijk domein,” legt Anneleen uit. “Die werelden spreken niet altijd dezelfde taal. Het ruimtelijk domein werkt vaak met vaste richtlijnen en handboeken, terwijl het sociaal domein meer kijkt naar kansen en mogelijkheden.”

 

Juist daar zit volgens haar de uitdaging en de kracht. “Als bijvoorbeeld de riolering wordt vernieuwd, is dat een mooi moment om breder te kijken. Kun je de straat anders inrichten? Misschien hoeven niet alle parkeerplaatsen terug te komen en ontstaat er ruimte om te spelen en te bewegen. Dat vraagt wel bereidheid om verder te kijken dan de standaardrichtlijnen.”

Van beleid tot concrete plek

De opgaven waar deelnemers aan werken zijn uiteenlopend. “Het kan gaan om het vernieuwen van beleid en de vraag hoe je collega’s daarin meeneemt”, zegt Anneleen. “Maar het kan ook praktisch zijn: een plek in de wijk die opnieuw wordt ingericht. Hoe betrek je bewoners en andere partijen? En hoe maak je er samen een plek van waar spelen, bewegen en ontmoeten vanzelfsprekend worden?”

Effect op lange termijn

Na 4 cursusdagen eindigt het programma formeel, maar het contact blijft. “Doordat deelnemers meerdere dagen samen optrekken, weten ze elkaar ook na afloop te vinden”, vertelt Anneleen. “Ze blijven kennis en ervaringen uitwisselen.” De opbrengst gaat verder dan het eigen werk. “Deelnemers krijgen handvatten om met hun opgave aan de slag te gaan en om dit binnen hun organisatie verder te brengen. Zo kun je met de inrichting van de buitenruimte ook bijdragen aan grotere thema’s zoals eenzaamheid en mentale gezondheid. Dat maakt dit werk niet alleen waardevol, maar ook heel mooi.