Eigenaar Frank van Jaarsveld veranderde het vervallen gebouw in een plek om aan jezelf te werken of tot rust te komen.
En dan met nieuwe energie weer te gaan.
Van al zijn projecten in de bouw, bleef eentje Frank van Jaarsveld extra bij. Een kringloopwinkel, waardoor spullen langer meegingen. “Toen ik nog zo’n project deed, wist ik het: dit wil ik ook doen, maar dan voor mensen. Een plek waar mensen een tijdje zijn en dan beter verder kunnen met hun leven.”
Hij wist al snel waar die plek aan moest voldoen: “Aan het water, in de natuur, maar vlak bij de stad. Een industrieel gebouw, want dat vind ik mooi. Waar je met kleine groepen kunt overnachten. Een hele wensenlijst, maar ik moest nog jaren bouwen aan een ander project, dus ik had geen haast.”
Toen hij diezelfde week in 2015 zijn droom met zijn neef deelde, vertelde die hem over de vervallen steenfabriek. “Precies wat ik zocht en gemeente Arnhem wilde die verkopen.”
Ondanks vele telefoontjes koos de gemeente een andere koper. Frank deelde zijn plannen daarom ook met koper BOEi, dat gebouwen herbestemt.
Als ik een goed plan zou hebben, mocht ik het van hen kopen. Na een paar jaar had ik geld genoeg om te beginnen. Mijn zoon is architect en samen met BOEi maakten we het plan. In juli 2020 is de steenfabriek aangekocht.
Na ruim 40 jaar is er weer leven in de steenfabriek.
Het is een groepslocatie voor ontspanning en ontwikkeling.
Om tot rust te komen of meer over zichzelf te leren. Tijdens open dagen kan iedereen zien wat we hier zoal doen en waar je een ruimte voor kunt huren. Het is een inspirerende plek, ook voor vergaderingen of een teamuitje. De locatie helpt. De uiterwaarden van Meinerswijk zijn prachtig. De natuur is ruig, het is licht en je kijkt uit over de Rijn. Omdat er klei is weggehaald om steen van te maken, zijn er grote plassen waar je heerlijk kunt wandelen. Hier hebben altijd mensen gewerkt. Ik vind het mooi dat mensen hier nu aan zichzelf kunnen werken.
Een oven en een schoorsteen vol zand, puin en stof. Dat was de steenfabriek in 2015. Eerst herstelden ze het metselwerk aan de buitenkant.
Stenen met die afmetingen zijn niet meer te koop, maar die lagen hier tussen het puin.
Daarna vervingen en verstevigden ze de slechte houten balken in het dak.
We haalden al het zand en puin uit het rookkanaal en maakten openingen in de ovenkamers. De blokken steen die we daar weghaalden, gebruikten we als bestrating op de eerste verdieping.
In het dak zaten maar 6 dakraampjes, de andere waren jaren eerder dichtgemaakt met dakpannen. “We maakten een lichtstraat. De zonnepanelen liggen op frames die je kunt verrijden. Als het in de zomer binnen te heet wordt, zetten we die boven de lichtstraat. En steeds wanneer we een dakraampje in dezelfde stijl zagen als de oude, kochten we dat tweedehands en knapten het op. Een deel van het dak kan open. Zo kun je binnen bijvoorbeeld yoga of mindfulness doen en heb je toch het gevoel dat je buiten bent.”
De steenfabriek moest de steenfabriek blijven, vond Frank. Aan beide kanten van het rookkanaal zijn 15 kamertjes op een rij. Met deuren aan de buitenkant, net als vroeger. “Beneden is alles van steen. De ovenkamers stonden altijd vol met klei die steen moest worden. Daarom stukten we alles daar met klei. Het aanrechtblad, de kastjes, zelfs de dikke brandwerende deuren die erin moesten voor de veiligheid. Die klei komt uit de uiterwaarden, net als vroeger. Als je nu de ovenkamers binnenkomt zie je: hier hoort klei en er is ook klei.”
Genoeg geld bij elkaar krijgen was een uitdaging. Het Nationaal Restauratiefonds bood uitkomst. Het fonds beheert geld van onder andere provincie Gelderland en leent dat aan monumenteigenaren. Als zij dat na restauratie, verduurzaming en herbestemming met lage rente (1,5%) in 20 jaar terugbetalen, kan het opnieuw worden gebruikt om andere monumenten springlevend te maken of houden. Zo blijven bijzondere monumenten behouden en wordt de schaarse ruimte goed benut.
Er waren veel redenen de uitdaging van de steenfabriek niet aan te gaan,
vertelt accountmanager Harry Kers.
“Het stond op de lijst om gemeentelijk monument te worden, maar was het nog niet. Er was veel geld nodig en nog meer tijd. Frank overtuigde ons: hij was bereid risico’s te nemen en hield rekening met alles dat er al was.”
Relatiemanager Ina Roeterdink vult aan:
Als een eigenaar kansen ziet en gedreven is en het project zo mooi is, is het aan ons voor diegene de risico’s zo klein mogelijk te maken. Zodat diegene het ook kan doen.
Frank volgde de procedure bij de gemeente, die de steenfabriek benoemde tot gemeentelijk monument. Het Restauratiefonds leende hem geld en wees hem op de subsidie van de provincie.
Frank vond de regels te streng. Maar toen hij van Harry hoorde dat hij meer geld kon krijgen, vroeg hij toch subsidie aan. “Ik had al een aannemer met genoeg ervaring met restauratie. Je moet rapportages laten maken en dat kost tijd. Maar verder hebben de regels me totaal niet gehinderd en ik kon het geld heel goed gebruiken. Ik ben er achteraf heel blij mee.”
Harry:
Zonder lening en subsidie had dit nooit gekund. En ook niet zonder Frank. Ik heb hem en zijn zoon met grijpwagens al dat puin zien weghalen, onvoorstelbaar. Dit is een van de bijzonderste successen die ik mocht begeleiden. Iedereen speelde de rol die die moest spelen en keek naar hoe het wél kon.