Uit de verf: Hester Oerlemans

In de serie 'Uit de verf' belichten we kunstenaars uit de kunstcollectie van de provincie Gelderland.

Sinds de jaren negentig hebben we als provincie Gelderland een tiental kunstwerken van Hester Oerlemans (1961) verworven. Reden om haar wat beter te leren kennen. Met dit interview horen we graag wat meer over de achtergrond van deze kunstenaar. 

Ik heb een online afspraak met haar. Online omdat ze een groot deel van haar leven in Berlijn doorbrengt. Ik leg haar om te beginnen de zogenaamde vragenlijst van Proust voor. Een vragenlijst die de Franse schrijver Marcel Proust (1871-1922) niet heeft samengesteld, maar die beroemd is geworden omdat hij hem met zoveel mooie woorden beantwoord heeft.  

Tekst: Gabrielle de Nijs Bik  

Wat is je huidige gemoedstoestand? 

Ik ben relaxt. Ik kom net terug van een paar dagen uitwaaien op Rügen. Hoewel ik altijd de drang heb om nieuwe dingen te maken, merk ik ook dat ik op dit moment aangesproken word op werken die ik eerder maakte. Het Cobra Museum in Amstelveen wilde bijvoorbeeld mijn flip-flop serie in bruikleen hebben van Collectie de Groen. Maar ook dit interview. Als mensen mij aanspreken op iets wat ik eerder gemaakt heb, word ik even teruggeplaatst in de tijd. Het besef dat mijn werk niet alleen van mij is. Het is dan niet meer: het kan altijd beter, het kan ook goed zijn zoals het is. Ik kan de dingen in mijn eigen tempo doen.  

Wat is je favoriete karaktereigenschap? 

Ik ben pragmatisch, ik doe graag dingen. Ik denk niet lang na voordat ik iets ga maken. Om te ontdekken of iets goed kan worden, moet ik het gewoon doen. En dan merk ik het vanzelf.   

Welk natuurlijk talent zou je graag willen hebben? 

Mijn wens is dat ik nog beter word in wat ik al doe: kunst maken, tekenen, schilderen, uitdrukken in beeld. Dat ik op een dag snap wat ik aan het doen ben en dat ten volle kan benutten. Ik heb het gevoel dat er nog meer in zit dan er nu uitkomt.  

Wat is je favoriete bezigheid? 

Kunst maken natuurlijk. En lezen. Of nee, de hond uitlaten en fietsen. Maar in de eerste plaats: kunst maken.  

 

Heb je een held/heldin? 

Mijn held is kunstenaar René Daniëls. De manier waarop hij taal en beeld laat samensmelten tot een geheel met dubbele bodems vind ik goed. Toen ik op de academie zat, was hij een rijzende ster. Na mijn academietijd wilde ik hem bezoeken, maar hij bleek een hersenbloeding te hebben gehad en was daarom moeilijk bereikbaar. Tot 2016. Toen ik uitgenodigd werd om een tentoonstelling te maken in De Pont in Tilburg. ‘Remain in Light’ heette die tentoonstelling, naar een album van de Talking Heads uit 1980. De directeur van De Pont Hendrik Driessen kende René goed en heeft mij met hem in contact gebracht. Het was heel bijzonder iemand te ontmoeten die ik al zolang bewonder. Hij kan door een hersenbloeding niet goed praten en ik hoor slecht. Maar tekenen kunnen we allebei wel, dus dat werd de manier om met elkaar te communiceren.  

Waar kijk je graag naar? 

Naar kunst! Ik bezoek graag musea en tentoonstellingen in alternatieve ruimtes. Er gebeurt heel veel, zeker hier in Berlijn. Vaak door internationale kunstenaars. Het is voor buitenlandse kunstenaars niet zo makkelijk om opgenomen te worden in de Berlijnse kunstwereld. Ik heb dat opgelost door zelf een podium te maken dat ik ‘Ozean’ noemde. Daardoor ontmoette ik veel internationale kunstenaars en maak ik kennis met een enorm scala aan kunst. In Berlijn is ook een geweldig aanbod aan musea. 

Met welke materialen werk je?  

Ik werk met spuitlak, acrylverf, acrylicone en epoxy. Maar als het bestendiger moet zijn, bijvoorbeeld omdat het in de openbare ruimte geplaatst moet worden, werk ik ook met brons, aluminium of hout.   

Heb je een favoriete kleur? 

Ja, dat is oranje.  

Heb je een bepaald onderwerp in je werk en hoe ben je daartoe gekomen? 

Ik ben begaan met de wereld, het nieuws en de actualiteit. Met mijn werk geef ik commentaar op het dagelijkse nieuws. De vluchtelingenproblematiek bijvoorbeeld, volg ik op de voet. Ik voel onmacht. Ik teken en schilder om daarmee te dealen en om het onder de aandacht te brengen. Ik realiseer me dat het geen oplossing is.  

In een tekening (Refugee Monument) heb ik een voorstel gemaakt voor een monument voor vluchtelingen: een enorm uitvergrote slipper met mensen erop. De slipper als een vlot dat mensen redt. 

Ik ben altijd op zoek naar een vorm van vervreemding, een uitvergroting van wat er is, een vertrouwd beeld anders laten zien.  

Zwevend tapijt, PGGM Zeist 2011

Voor de grote kille entreehal van PGGM in Zeist maakte ik het werk ‘Zwevend tapijt’. Bij PGGM werd het nieuwe werken toegepast; dat wil zeggen dat niemand een vaste werkplek heeft en er voornamelijk via de ether met elkaar wordt gecommuniceerd. Ik heb dit gegeven als uitgangspunt voor mijn ontwerp genomen. Het tapijt zweeft en de patronen die ik heb gebruikt voor het tapijtontwerp zijn opgebouwd uit computersymbolen en weerspiegelen zo de dynamiek van het nieuwe werken. Bovendien beweegt het tapijt zachtjes heen en weer. 

Het aspect dat mensen aarzelen om plaats te nemen op het tapijt roept vragen op over perceptie en interactie met kunst in de openbare ruimte. Dit lijkt de toeschouwer uit te nodigen om op een nieuwe manier met de ruimte en het werk te verbinden. 

Hoe begin je aan een werk en hoe verloopt het werkproces? 

’s Ochtends begin ik met tekenen. Gedachteloos, doen om te doen, loslaten. Ik onderzoek veel. Ik print, schets, teken, werk met sjablonen. Daaruit ontstaat dan iets wat ik wil overzetten op doek. Dat is nog steeds een moeilijk proces.  

Als voorbeeld denk ik aan mijn project ‘Ticking’. ‘Ticking’ bestaat uit een doorlopende serie tekeningen. Sinds jaren fotografeer ik overal ter wereld klokken, digitaal of analoog, op stations, kerken of op straat. De foto’s zijn aanleiding voor het dagelijks tekenen van deze tijdmeters. Dagelijks onderzoek ik middels tekenen het mysterie van de tijd, de gemeten tijd die zich vermengt met de individuele tijdservaring. Soms raakt de tijd in de tekeningen verdwaald, lopen tijden door elkaar heen of soms is het tijdstip helemaal niet meer zichtbaar. Met de tekeningen tracht ik de verwachte perfectie van klokken als tijdmeters te ontregelen. Het verschil tussen het meten van de tijd en het ervaren wordt fluïde. Al deze klokken dragen voor mij ook herinneringen met zich mee aan reizen en momenten van aandacht in het alledaagse leven.  

Weet je van tevoren wat je maken wilt? 

Het onderwerp bedenk ik wel van tevoren, maar hoe ik dat verbeeld ontstaat tijdens het werkproces. 

Met wat voor een werk ben je nu bezig? 

Ik ben een serie bezig van mensen die met hun matras onderweg zijn. Het verbaasde mij dat mensen zoveel moeite doen om op die manier veiligheid met zich mee te nemen. Ik heb daar al eerder werk van gemaakt, maar het blijft me intrigeren. 

Welk werk zou je nog eens willen maken (zonder beperkingen in tijd, ruimte en budget)? 

Dat zijn heel veel werken, Ik zou vooral schetsen voor de openbare ruimte die ik in het verleden heb gemaakt willen uitvoeren; om er maar een paar te noemen:  

  • Sculpturen in keramiek, epoxy en brons 
  • Grote zeefdrukken op stretchstof 

Wat vind je het beste werk van jezelf tot nu toe? /Waar ben je het meest trots op?  

Ik ben trots op ‘Spooky Zoo’, een werk dat ik 1997 gemaakt heb in Oosterbeek. Door dit werk kreeg ik het inzicht dat kunst persoonlijk kan en mag zijn. 

Het refereert aan mijn jeugd, een dierentuin. Mijn vader had een dierentuin. Hij is jong overleden, ‘Spooky Zoo’ is een ode aan hem. Naast het gemeentehuis van Oosterbeek heb ik een soort dierentuin gemaakt met alleen witte dieren. Dagelijks kwamen mensen die dieren verzorgen. Ik vind het een compliment dat inwoners van Oosterbeek dat gedurende 6 weken elke dag kwamen doen en dat ze het werk wilden behouden en onderhouden. Bovendien ontstond er een discussie waarom er alleen witte dieren waren in ‘Spooky Zoo’.   

Spooky Zoo, Oosterbeek 1999

En of ik er trots op ben weet ik niet, maar het werk ‘Help Held’ is belangrijk voor mij. Binnen een minuut draait d om naar p en dan weer naar d. Binnen een minuut van held naar help en er weer bovenop naar held. Dit werk bestaat als multiple maar is ook geïnstalleerd op het brandweergebouw in mijn geboortedorp Schijndel.  

Help Held, 1998

Het werk dat de provincie heeft, ‘Sneeuwwitte baarden’ is ook bijzonder voor mij. Ik heb het gemaakt in het jaar dat ik 35 jaar werd, net op tijd om nog in te kunnen zenden voor de Koninklijke Prijs van Nederlandse Schilderkunst. De laatste kans. En het lukte dit keer, met dit schilderij! Maar wat ik ook gedaan heb, is een tentoonstelling organiseren van kunstenaars die niet door de selectie waren gekomen. “Wat de koningin ook mag zien” was de titel van die tentoonstelling. Tijdens de opening in het Paleis op de Dam droeg ik een T-shirt met die tekst. Ik had een heel leuk gesprek met Koningin Beatrix. Ze ging op de uitnodiging in en heeft daarna op eigen initiatief en incognito de tentoonstelling bezocht. 

Wat wil je dat je werk teweegbrengt? 

Ik wil natuurlijk graag dat mijn werk stemt tot nadenken, tot ontroering. Soms heel serieus, ongemakkelijk serieus, dan weer met humor.  

In relatie tot Gelderland: 

Wat vind je ervan dat werk opgenomen is de kunstcollectie van de provincie Gelderland? 

Daar ben ik trots op natuurlijk! En ik vind het fijn dat er daar beter voor mijn werk gezorgd wordt dan ik zelf doe. Bovendien is het mooi dat mijn werk zo gezien wordt. Ik voel mij ook gezien, omdat de provincie de diversiteit van mijn werk in de collectie laat zien. 

Wat is je favoriete plek in Gelderland?  

Dat wisselt. Ik woon gedeeltelijk in Arnhem omdat ik onder andere studenten van ArtEZ begeleidt. Het mooie van Arnhem is dat je in no-time midden in de natuur kunt zijn. Op de Rozendaalse Hei bijvoorbeeld, de Veluwe in het algemeen. Maar ook ‘De Blauwe Golven’ van Peter Struycken in Arnhem vind ik geweldig. Het is het beste kunstwerk in de openbare ruimte dat ik ken. Genieten dat het gelukt is om dat werk in ere te herstellen. En ik kom graag bij initiatieven als Omstand, Collectie de Groen en Platform Post.  

 

 

Vanwege de ongelijke verdeling tussen mannelijke en vrouwelijke kunstenaars in de collectie: vind je daar wat van? Bestaat er volgens jou vrouwelijke en mannelijke kunst? 

Hoe de waardering van kunst van vrouwen aan de ene kant en die van mannen aan de andere kant tot stand komt, houdt me al een hele tijd bezig.  

Wat mij betreft zou die verdeling gelijk moeten zijn. Op de academie zijn meer vrouwelijke dan mannelijke studenten, en toch zie je meer mannelijke kunstenaars zich manifesteren. Het lijkt voor vrouwen toch moelijker om de sprong te maken naar professioneel kunstenaar. Hoe dat komt weet ik nog niet helemaal.  

Ik geloof niet in mannelijke en vrouwelijke kunst. Ik maak kunst, en dit is wie ik ben. Museum Arnhem is al sinds de jaren tachtig bezig om een gelijkere verdeling zichtbaar te maken. In 2002 had ik een solotentoonstelling kreeg ik daar een solotentoonstelling. Wat ik toen veel hoorde is: dat is gewoon omdat je een vrouw bent. En ik dacht dan: dat zal inderdaad wel de reden zijn. Maar later dacht ik: het is toch verdorie omdat ik goed werk maak. Ik heb me verbaasd hoe snel ik meeging in de gedachte dat het alleen was omdat ik vrouw ben. Maar dat laat ik mij sinds ik me dat realiseer niet meer gebeuren!  

Andere werken

Klik op de foto voor een grotere weergave.
Hester Oerlemans put voor haar werk uit haar rijke beeldarchief. Het beeld zelf kan net zo belangrijk zijn als de context of het verhaal erachter. De tekeningen 'On the Run' maakte zij ten tijden van de grote vluchtelingenstroom naar Europa. De hoop die uit de beelden spreekt kan haar evengoed triggeren als de houdingen, de compositie van de foto of de prachtige motieven of textuur van de kleding die mensen dragen. Haar uiteindelijke werk is een krachtig beeld dat tegelijkertijd een sleutel geeft tot een verhaal. Hester Oerlemans 2018 over 'On the run': "Het verlaten van huis en haard vol vertrouwen een onzekere toekomst tegemoet."