Toekomst voor de Gelderse Land- en Tuinbouw

Gelderland is de belangrijkste voedselprovincie van ons land. De provincie wil die positie behouden en verder uitbouwen. Boeren en tuinders geven invulling aan belangrijke opgaven in het landelijke gebied. In de nieuwe Kadernota Land- en Tuinbouw maakt de provincie een aantal belangrijke keuzes voor de toekomst van deze sectoren.
Gepubliceerd op: 25-februari-2026

In delen van de provincie kan de landbouw zich blijven ontwikkelen, en krijgt het de hoofdfunctie. Maar niet alles kan overal. Boeren die hun bedrijf willen ontwikkelen nabij beschermde, stikstofgevoelige natuur, kwetsbare waterlopen en rond grondwaterwinningen krijgen te maken met bepaalde voorwaarden.   

Meer duidelijkheid en toekomstperspectief

Gelderland heeft belang bij een gezonde, toekomstbestendige land- en tuinbouw. Boeren en tuinders maken ons eten, bieden werkgelegenheid en zorgen voor onze leefomgeving en de leefbaarheid op het platteland. Maar agrariërs leven ook in onzekerheid door grote maatschappelijke opgaven en het uitblijven van helder beleid. Met deze nieuwe kaders geven we onze boeren en tuinders meer duidelijkheid en toekomstperspectief.

Harold Zoet

Gedeputeerde landbouw

Belangrijkste keuzes en maatregelen  

In delen van het landelijk gebied krijgt landbouw de hoofdfunctie. Daar zijn we terughoudend met het veranderen van grondgebied naar niet-agrarische functies. In andere gebieden verweven we landbouw met andere functies. Intensieve veehouderij blijft mogelijk.    

We blijven agrariërs stimuleren om door middel van innovatie en managementmaatregelen emissies te verminderen, kringlopen te sluiten en gewasbeschermingsmiddelen slimmer in te zetten. Het zogenoemde “trappetje van Remkes” (innoveren, extensiveren, verbreden, verplaatsen en (vrijwillig) beëindigen) is hierbij richtinggevend voor de nog te ontwikkelen instrumenten en steunmaatregelen.    

Rondom stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden, stikstofreductiegebieden, nabij kwetsbare waterlopen en in grondwaterbeschermingsgebieden gaan we meer sturen. Hier komt een verbod op nieuwvestiging of uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderij en sturen we op het terugbrengen van uitstoot.    

In heel Gelderland gaan we werken met een maximale bedrijfsgrootte, passend bij het karakteristieke Gelderse familiebedrijf. Rond dorpen en steden stimuleren we vooral verbrede landbouw met nevenfuncties als zorg, recreatie of boerderijwinkels.    

Verder zetten we met gericht beleid voor jonge boeren in op de generatiewisseling die de komende jaren gaat plaatsvinden. Dit beleid geven we vorm samen met de jonge boeren over wie het gaat.    

Samenhang met omgevingsvisie en stikstofbeleid  

Het nieuwe land- en tuinbouwbeleid van de provincie hangt nauw samen met de Gelderse stikstofaanpak (VAS), de stikstofreductiegebieden en de nieuwe omgevingsvisie, waarin alle ruimtelijke keuzes voor de komende jaren samen komen. Na vaststelling door Provinciale Staten wordt het beleid in een uitvoeringsprogramma nader uitgewerkt in (stimuleringen)regelingen en andere instrumenten.    

De statenbrief en het beleidskader zijn te vinden op het stateninformatiesysteem.

Meer duidelijkheid en toekomstperspectief

Gelderland heeft belang bij een gezonde, toekomstbestendige land- en tuinbouw. Boeren en tuinders maken ons eten, bieden werkgelegenheid en zorgen voor onze leefomgeving en de leefbaarheid op het platteland. Maar agrariërs leven ook in onzekerheid door grote maatschappelijke opgaven en het uitblijven van helder beleid. Met deze nieuwe kaders geven we onze boeren en tuinders meer duidelijkheid en toekomstperspectief.

Harold Zoet

Gedeputeerde landbouw

Belangrijkste keuzes en maatregelen  

In delen van het landelijk gebied krijgt landbouw de hoofdfunctie. Daar zijn we terughoudend met het veranderen van grondgebied naar niet-agrarische functies. In andere gebieden verweven we landbouw met andere functies. Intensieve veehouderij blijft mogelijk.    

We blijven agrariërs stimuleren om door middel van innovatie en managementmaatregelen emissies te verminderen, kringlopen te sluiten en gewasbeschermingsmiddelen slimmer in te zetten. Het zogenoemde “trappetje van Remkes” (innoveren, extensiveren, verbreden, verplaatsen en (vrijwillig) beëindigen) is hierbij richtinggevend voor de nog te ontwikkelen instrumenten en steunmaatregelen.    

Rondom stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden, stikstofreductiegebieden, nabij kwetsbare waterlopen en in grondwaterbeschermingsgebieden gaan we meer sturen. Hier komt een verbod op nieuwvestiging of uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderij en sturen we op het terugbrengen van uitstoot.    

In heel Gelderland gaan we werken met een maximale bedrijfsgrootte, passend bij het karakteristieke Gelderse familiebedrijf. Rond dorpen en steden stimuleren we vooral verbrede landbouw met nevenfuncties als zorg, recreatie of boerderijwinkels.    

Verder zetten we met gericht beleid voor jonge boeren in op de generatiewisseling die de komende jaren gaat plaatsvinden. Dit beleid geven we vorm samen met de jonge boeren over wie het gaat.    

Samenhang met omgevingsvisie en stikstofbeleid  

Het nieuwe land- en tuinbouwbeleid van de provincie hangt nauw samen met de Gelderse stikstofaanpak (VAS), de stikstofreductiegebieden en de nieuwe omgevingsvisie, waarin alle ruimtelijke keuzes voor de komende jaren samen komen. Na vaststelling door Provinciale Staten wordt het beleid in een uitvoeringsprogramma nader uitgewerkt in (stimuleringen)regelingen en andere instrumenten.    

De statenbrief en het beleidskader zijn te vinden op het stateninformatiesysteem.