Van ijstijd tot veen
Het Bleeke Meer is een zogenoemde pingoruïne. Deze ontstond in de laatste ijstijd, toen ondergronds ijs de bodem omhoog drukte. Toen het ijs smolt, zakte de bodem in en bleef een krater met water over. Deze pingoruïne veranderde in de loop van de jaren: van open water naar zeggeveen en later naar hoogveen.
Om meer te weten over de ontwikkeling, historie en wat nodig is, onderzocht Bosgroep Midden Nederland een veenkern van 6 meter diep. In die lagen zitten resten van planten zoals veenbloembies en kleine veenbes. Die geven meer informatie over de historische ontwikkeling. Én wat er nodig is om deze bijzondere natuur te behouden en te herstellen.
Herstel nodig
Het waterpeil van het Bleeke Meer is nu te laag. Ook zitten er te veel voedingsstoffen in het water. Dat is slecht voor planten die veen vormen. Om dit te verbeteren, zijn maatregelen nodig. Een eerste stap is al gezet: een watergang is omgelegd die vanuit landbouwgebied die uitkomt in het meer. Komend jaar vervangt Waterschap Vallei en Veluwe ook de stuw. Zo kan het waterpeil beter worden geregeld.
Herstelprogramma vennen en venen
Het behoudt van de unieke natuur bij het Bleeke Meer krijgt ook aandacht in ons herstelprogramma Vennen en venen voor de Veluwe. Zo nemen we ook maatregelen om de kwaliteit en hoeveelheid hoogveenbos rondom het Bleeke Meer te behouden. Het verleggen van watergangen met landbouwwater helpt hierbij.

