Hoe kan uw gemeente collectief bouwen en wonen stimuleren?

Collectief bouwen levert veel op, maar is niet makkelijk. Daarom deed de gemeente Oldebroek mee aan de 1e mini-leerlijn. Deze organiseerde wij samen met het Expertteam Woningbouw van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Gepubliceerd op: 2-april-2026

De mini-leerlijn helpt gemeenten op weg 

De leerlijn is speciaal ontwikkeld voor gemeenten die aan de slag willen met collectief wonen en bouwen. Dit helpt burgers en overheid samen buurten te bouwen in plaats van alleen woningen.
In het najaar van 2025 startte in Gelderland de 2e mini-leerlijn, waarvan vrijdag 6 maart 2026 de laatste bijeenkomst was. De deelnemers kwamen hiervoor samen in de ontmoetingsruimte van de Singelhof Wezep, wat zorgde voor extra inspiratie. Na de bijeenkomst namen de deelnemers hun certificaat in ontvangst en gingen naar huis als ambassadeur voor collectief bouwen en wonen. De leerlijn is zo’n groot succes dat nu ook andere provincies interesse tonen en ermee aan de slag gaan.

Onderlinge verbondenheid

“Wij willen geen huizen, maar gemeenschappen bouwen”, zegt Beerd Flier, wethouder van de gemeente Oldebroek. “Die gemeenschap en de onderlinge verbondenheid zijn zo belangrijk, ook in verband met de vergrijzing, zorg en eenzaamheid. Initiatieven zoals de Singelhof Wezep scoren uitstekend op die punten. Daarom steken wij als gemeente veel tijd in collectief bouwen.”

Collectief bouwen in Oldebroek

De gemeente Oldebroek stelt regelmatig locaties beschikbaar voor collectieve wooninitiatieven. Een goede reden voor de gemeente om in 2023 mee te doen met de 1e editie van de mini-leerlijn. De mini-leerlijn behandelt in 5 vrijdagochtenden de nieuwe handreiking Collectief bouwen en wonen. Daarin staat hoe je als gemeente ruimte kan geven aan dit soort initiatieven. Je doet kennis op, krijgt tools aangereikt en leert over wat collectief bouwen oplevert: sociaal, financieel en voor het milieu. 

Bewustwording en beleid

Beerd Flier is heel blij met de inzet van Oldebroek. Hij vertelt dat hij de afgelopen collegeperiode afspraken heeft gemaakt over Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) in het College-uitvoeringsprogramma (CUP). “Als je iets noemt in het CUP weet iedereen binnen de gemeente: dit is belangrijk, ik mag hier tijd aan besteden. Dat zorgt ook voor bewustwording, zodat we op tijd denken aan CPO als er een locatie is. We hebben ook beleid voor collectieve zelfbouw. Voor mij gaat het niet om het aantal woningen dat je met collectief bouwen toevoegt, maar om wat je daarmee bijdraagt aan de samenleving. Daarom gaven wij de afgelopen10 jaar 6 vergunningen af. Alle 6 de initiatieven ontvingen een processubsidie van de provincie* en bij het laatste project schakelden we voor de informatieavond maatwerkadvies van het Expertteam Woningbouw in. Heel belangrijk is de locatie die je toewijst. Die moet passend zijn en er moet niet te veel haast op de realisatie zitten, want de trajecten zijn niet eenvoudig om te lopen.”

Ondersteuning voor initiatiefnemers

“Ieder traject is ook anders”, zegt de wethouder. “Om initiatiefnemers te helpen, organiseren we informatieavonden. Daarmee haal je geïnteresseerden naar het gemeentehuis en kun je verwachtingen meegeven. Waar begin je aan? Piet van Pelt van de Singelhof Wezep heeft daar ook zijn verhaal verteld. Verder ondersteunen we initiatiefnemers door 1 ingang te bieden, zodat ze altijd weten bij wie ze terecht kunnen. Dat hebben we een jaar of 2 terug zo ingericht. Daarvoor gingen vragen binnen de gemeente van bureau naar bureau.”

Een prachtig voorbeeld: ouderenwoningen in Wezep 

Piet van Pelt en zijn vrouw woonden in een groot huis met mooie tuin. Fijn natuurlijk, maar ze werden ouder en hielden een gezinshuis bezet, vonden ze zelf. Zo kwam Piet met het idee zelf een seniorenwijk te bouwen: de Singelhof Wezep. Een half jaar geleden was de oplevering, die zorgde voor een verhuisestafette. In de huizen die de senioren verlieten, kwamen gezinnen, waardoor er weer huizen voor starters vrijkwamen. 

Met dank aan subsidies

De huizen van de Singelhof zijn prachtig en de bewoners tevreden. “Er is sociale verbinding en wordt op elkaar toegezien. Voor een boodschap of doktersbezoek is altijd wel een goede buur beschikbaar,” vertelt Piet. “We zijn ruim 3 jaar geleden met het project begonnen. We hebben bij de provincie en de RVO een processubsidie aangevraagd om samen met adviseur Bijker Advies en architect Open Muur de haalbaarheid te onderzoeken. Ook het gemeenschappelijk gebouw, het Singelhuis, is voor een deel gefinancierd met een subsidie van de RVO trouwens. Daarna legden we onze ambities vast. Hoe gaan we dit idee vormgeven? Van de gemeente kregen we een mooie locatie toegewezen. In de periode die volgde, hadden we maandelijks overleg om ons idee zo snel mogelijk te realiseren. Dat de gemeente zoveel vertrouwen in ons had, werkte heel fijn. We ontmoetten daar jonge mensen, met ambitie. We kregen een template voor de bestemmingsplanwijziging. Heel dat traject mochten we als team (architect, adviseur en bestuur) zelf doen. Zo konden we snelheid maken, want de gemeente hoefde ons plan alleen nog maar te toetsen.”

Hoe richt je het proces in?

Ook de gemeente Wijchen ziet de meerwaarde van collectief bouwen. Ondanks dat er geen beleid is, is er veel enthousiasme en bestuurlijk draagvlak. Wijchen-West is een grote uitbreidlocatie en daar heeft de gemeente nu de ambitie om ruimte te bieden aan 5 wooninitiatieven. “We hebben een globaal bestemmingsplan met daarbinnen nog veel ruimte om te differentiëren”, vertelt Bert Tolkamp van de gemeente Wijchen. “Op dit moment denkt de gemeente na over een stappenplan, geïnspireerd door de mini-leerlijn en ervaringen van gemeente Nijmegen. We hebben ook nog wel discussie: willen we beginnen met een kavelkaart en een informatiebijeenkomst? Dan kunnen groepen zich daarna organiseren en kunnen wij kiezen welke kavels we uitgeven en met wat voor programma. Of starten we juist met de keuze van de kavels, met een kavelpaspoort dat past bij onze stedenbouwkundige opzet? Dan kunnen wooninitiatieven zich daarop inschrijven en zelf met ideeën en een plan komen. Gaandeweg moeten we alles uitvinden.” 

De ambities van Arnhem 

In Arnhem staat collectief bouwen in de woonvisie. “Collectief wonen komt pas echt van de grond als je daar als gemeente bewust ruimte voor maakt”, vertelt Bart van den Hoven. “In Arnhem proberen we ons daarom niet te beperken tot losse initiatieven. We hebben een bredere locatiestrategie, waarbij we in beeld hebben gebracht op welke plekken in de stad collectieve wooninitiatieven kansrijk kunnen zijn.” De ambitie is om jaarlijks gemiddeld 2 locaties voor collectief bouwen aan te bieden en om 5% collectieve woonvormen te realiseren in de nieuw te bouwen wijk Rijnpark. De lat ligt hoog. “Gelukkig hebben we al ervaring en een proces”, vult Heidy Wagener aan. “De kavels die we beschikbaar hebben, staan op vastgoedplein.nl. Wie interesse heeft, kan reageren. We beginnen met een inspiratiecafé waar we uitleg geven over collectief bouwen en wonen. Daar worden vaak al groepjes gevormd en nummers uitgewisseld. Dan volgt de tender, waar de plannen worden gepresenteerd. Zoals de kavel Nel Klaassen in 2024. In de rest van het proces is er 1 aanspreekpunt voor iedere vraag, of die nou juridisch of bouwkundig is, over water gaat of voor de provincie is.”

Ook aan de slag met collectief bouwen?

Wilt u in uw gemeente ook aan de slag met collectief wonen en bouwen? Bekijk op de website van provincie Gelderland het tabblad ‘Hulp aan gemeenten en woningcorporaties’ voor de nieuwe handreiking Collectief bouwen en wonen. Je kunt ook altijd hulp of maatwerkadvies aanvragen via de provincie. Wij helpen je verder of verwijzen je door naar het Expertteam Woningbouw van het Rijk. Stuur een e-mail naar en wij nemen contact met u op.